Wilders in India
Een van de leuke dingen van India is, dat het zo verschilt met Nederland. India heeft bergen, palmenstranden, eeuwige sneeuw, de Ganges, sloppenwijken en burgeroorlogen. Nederland heeft weliswaar de Noordzee en de Cauberg, een groeiende onderklasse en hier en daar een relletje, maar, qua schaal, is het niets vergeleken met India.
En zo is het ook met Geert Wilders in vergelijking met Narendra Modi. Beiden zijn politici met een irrationele haat tegen alles wat moslim is. Beide hebben een onberedeneerde angst dat hun gekoesterde eigen cultuur wordt overwoekerd door islamieten, die zonder uitzondering liever vandaag dan morgen de sharia willen invoeren en bij alle niet-moslims de kop van de romp willen scheiden.
Als ze maar de kans zouden krijgen. En beiden vinden dat we ‘ons’ met hand en tand moeten verzetten tegen die enge minderheid die uit is op machtsovername.
Maar gaat het in Nederland vooralsnog niet veel verder dan Wilders’ verbale geweld, in India vallen er doden. Dat komt omdat in India alles rauwer is dan in onze fijne delta: de woede is er heftiger, de ontberingen groter, de angsten dieper en de controlemechanismen minder ontwikkeld. En hoewel er fundamentalisme in overvloed is, zijn er geen prominenten van gereformeerde huize die voor Geweten van de Natie kunnen spelen.
Dus kon in 1992 door wild geworden stoottroepen van hindoerechts een zestiende eeuwse moskee worden afgebroken, tot de grond toe worden afgebroken, gesanctioneerd door politieke voormannen van de nationalistische BJP, die vinden dat India een hindoeland is, waar andere geloven genoegen moeten nemen met de tweede rang, en zich koest dienen te houden.
De verwoeste moskee zou gebouwd zijn op de geboortegrond van Ram, een van de populairste god-mensen in het hindoe pantheon.
De hindoes willen op die plaats Ram’s geboortetempel opnieuw opbouwen. Die tempel zou vernietigd zijn door de Moghulmoslimhordes, die op de ruines een ‘overwinningmoskee’ optrokken. In de 16deeeuw dus.
Ayodhya, de stad waar de tempel stond, is, sinds de moskee er werd afgebroken, een bedevaartsoord. Voor hindoes.
In 2002 vloog in Godhra een treinstel met pelgrims die uit Ayodhya kwamen in brand, nadat het door een bende moslims was aangevallen. Er vielen 59 doden. In Gujarat, de deelstaat waar Narendra Modi de leider is, sloeg de vlam in de pan. Tijdens een pogrom vielen meer dan 1000 doden, voor het grootste deel moslims. Politieagenten stonden er bij en deden niets om mensen te beschermen. Er wordt gezegd dat er gewerkt werd met vooraf geprepareerde lijsten waarop huizen, winkels en bezittingen van moslims waren aangetekend. Een politieke tegenstander van Modi werd voor de ogen van zijn familie in stukken gesneden (letterlijk) en in brand gestoken.
Veel slachtoffers wonen nog steeds in kampen. Hun economische bestaansgrond is hen ontnomen. Ze leven in angst.
Eind september doet een Indiase rechtbank eindelijk uitspraak in de controverse over de bestemming van de tempelgrond in Ayodhya.
De slachtoffers van de rellen in Gujarat wachten nog steeds op gerechtigheid.
Narendra Modi is voor zijn rol in het geweld al een paar keer door de rechterlijke macht verhoord, maar is nog steeds Chief Minister in Gujarat. Hij heeft veel enthousiaste aanhangers die hem een held vinden, de sterke leider die India nodig heeft.

